Basiskennis over wolproductie - leestijd 14-18 min
Wol met Waarde
De kwaliteit, en dus de prijs, van wol wordt al vroeg in de keten bepaald: bij de schapenhouder. Daarom is het als schapenhouder belangrijk om te weten hoe je op duurzame wijze wol kunt produceren en wat voor afnemers van belang is.
Het project ‘Wol met Waarde’ is opgezet de NSFO en Hollands Wol Collectief om kennis op te doen en te delen over de kwaliteit van de wol door de gehele keten: vanaf de wolproductie in de wei of natuurgebied tot en met de verwerkende industrie. Het project is een SABE project (samen leren in een project over duurzame dierlijke marktconcepten) en mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Europese Unie.
Op deze pagina is in vijf thema’s de basis samengevat voor schapenhouders die hun wol beter willen vermarkten. Onderaan ieder thema kun je doorklikken als je meer wilt weten. Ieder thema wordt afgesloten met leestips voor wie verder wil lezen.
1. Wol oogsten
Scheren, sorteren en opslaan
Er zijn verschillende stappen om de wolkwaliteit goed te houden tijdens het oogsten. Dit zijn basisactiviteiten die bij elke scheerbeurt belangrijk zijn.
Voorbereiden
Houd je schapen schoon, het hele jaar door. Voer hooi laag bij de grond en niet in hoge ruiven, en gebruik geen stro of houtsnippers kort voor het scheren. Het is namelijk heel lastig om hooi en stro uit de wol te wassen.
Houd bij welke diergeneesmiddelen je op/in de vacht gebruikt. Sommige residuen van medicijnen kunnen lang aan de vacht gebonden blijven. Tijdens het wasproces van de wol komt dit dan vrij in het spoelwater, wat zorgt voor een extra milieubelasting.
Kies het moment waarop je gaat scheren. Koude schapen scheren slecht, omdat de lanoline in de vacht dan hard is. Als je ervoor kiest om in de winter te scheren, zet de schapen dan een dag van tevoren binnen. Ook moeten lammeren minstens 10 weken oud zijn voor je de moeders gaat scheren, anders komt het scheerapparaat niet door de wol heen en krijg je slechte kwaliteit. Dit heeft te maken met de energie die naar de melkproductie gaat.
Scheren
Scheerders scheren met de hand of met een machine. Handscheerders gebruiken geen stroom, de schapen ervaren een minder grote temperatuur shock omdat er minder dicht op de huid geschoren wordt en het snijvlak blijft schoner. Machinescheerders werken sneller en het eindresultaat op het schaap is egaler. Van een scheerder wordt verwacht dat hij/zij gelijkmatig scheert, geen plukken wol onder de poten en kin laat zitten en geen wondjes veroorzaakt.
Machinescheren
Handscheren
Scheer altijd op een schone ondergrond en nooit in het stro. Een oud tapijt is ideaal, maar hout of bouwzeil werkt ook. Houd de ondergrond tijdens het scheren schoon: veeg als je een aantal schapen hebt geschoren en verwijder losse plukjes wol en wol met veel mest.
Scheren op een schone ondergrond
Voorkom second cuts, dat wil zeggen dubbel scheren. Hierbij wordt de wol niet in één keer tot op de huid afgeschoren, maar in twee keer. Je hebt dan te korte vezels en dat beperkt het verwerken van de wol.
Sorteren
Het sorteren van de wol doe je per toepassing. Doe sowieso een minimale sortering en houd witte wol en bonte wol apart. Vervuilde of vervilte vachten moeten apart worden gehouden: die worden niet gewassen maar kunnen wel voor bemesting worden gebruikt. Zo krijgt alle wol een toepassing.
Mooie, schone witte wol
Afgekeurd: te veel stro
Afgekeurd: vervuild
Wolzakken
Gebruik de speciale wolzakken, geen bigbags. Om de wol goed aan te stampen raden we aan om een wolrek te gebruiken. Daar hang je de zak in. Zo past er tot wel 100 kg in één wolzak. Gebruik nooit plastic zakken. Wol is licht vochtig en kan gaan schimmelen als het niet kan ademen.
Bewaren
Bewaar de wol droog en ongedierte vrij, bijvoorbeeld van de grond op pallets.
Wolzak in rek
Volle wolzakken van 50 en 75 kilo (resp.)
Opslag wolzakken op rekken
Als je meer wilt weten
Als je wol wilt aanleveren voor het maken van garen, moet je extra stappen maken. Zo zijn er verschillende aandachtspunten bij het scheren. De vacht moet na het scheren worden geskirt, dat wil zeggen ontdaan van alles wat niet in de vacht hoort.
-
Voor het leveren van garenwol is het micronage de belangrijkste kwaliteitsfactor. Het micronage van wol is de dikte van wolvezels in microns (micrometer), waarbij een lager microngetal een fijnere en zachtere wol betekent, wat ideaal is voor kleding die direct op de huid gedragen wordt, terwijl grovere wol (hoger microngetal) stugger is en vaker wordt gebruikt voor tapijten of buitenkleding. De zachtheid van wol hangt direct af van hoe dun de vezels zijn; dunne vezels buigen, dikkere vezels prikken. Schapenrassen met laag micronage zijn de bekende wolmerino’s, maar ook het Kempisch heideschaap, Flevolander of Noordhollander kunnen zachte wol geven. Art of Fibre is een bedrijf dat het micronage van wol kan meten.
-
Zorg voor een team tijdens het scheren, dat bestaat uit iemand die de schapen aangeeft, iemand die de kwaliteit in de gaten houdt en de wol categoriseert, een scheerder en een wool handler. Werk met ervaren/gecertificeerde scheerders. Scheersport Nederland geeft cursussen en deelt kennis.
Sorteer de dieren van tevoren. Houd verschillende rassen, kleuren en micronages apart, en houd vervolgens de rammen, ooien en jaarlingen apart.
-
Houd de vacht heel tijdens het scheren. Dat gaat het best door met de Bowen methode te scheren, die door veel professionals wordt gebruikt. Dat geeft een goed scheerresultaat, maar is ook prettig voor de houding van de scheerder én die van het schaap. Bij deze methode begin je bij de buik en je werkt dan zijwaarts met lange halen via de billen omhoog, waarbij je de vacht heel houdt. In Nederland wordt ook veel op de Nederlandse methode geschoren, waarbij het schaap op zijn kont wordt gezet en men bij de kop begint. Het nadeel is dat de vacht niet heel blijft.
Werk met een woolhandler bij elke scheerder. Die houdt met een speciale wolbezem de scheerplek schoon en pakt direct na het scheren de vacht weg, zodat de scheerder door kan scheren en er geen contaminatie tussen vachten plaatsvindt.
-
Na het scheren gooi je de vacht uit op een tafel. De vacht komt met de binnenkant naar beneden, waarbij je de achterpoten het langst blijft vasthouden. Dit vereist enige oefening. Een speciale woltafel is ideaal, maar een zelfgemaakt rooster kan ook goed. Het voordeel van het uitgooien van de vacht is dat eventuele tweede scheer door het rooster valt, je goed overzicht hebt over de vacht en je de vacht goed kunt skirten.
Dan begint het skirten, alle delen die niet te verkopen zijn moeten er uit worden gehaald. Dat zijn:
De stukken van mindere kwaliteit: bij de schouder, buik, poten, staart en nek. Deze worden standaard verwijderd tenzij de nekwol mooi schoon is.
Mest
Stro en takjes
Korte wolvezels door dubbelscheer of ziekte
Heel soms een stukje vel
Markeringsverf: die kleur kan er niet altijd uitgewassen worden, waardoor het eindresultaat een zweem van markeringsverf krijgt
Eventueel ook te lange vezels!
En vachten met kemp in zijn geheel. Kemp is een korte, brosse, grove vezel zonder crimp die los zit, moeilijk hecht en niet geverfd kan worden.
Daarna beoordeel je de wol. Door ziekte of verandering in voerpatroon kan er een breuklijn in de wol zitten. Soms is die zichtbaar, maar je kunt de vezels vaak ook horen breken als je aan een plukje wol trekt. Dit klinkt als klittenband.
Je rolt de vacht op, zodat alleen nog de binnenkant zichtbaar is. Zo blijft de gehele vacht samen en is het eventueel mogelijk om de wol per vacht te verkopen aan bijvoorbeeld handspinners of vilters.
-
Sorteer de vachten op micronage, kleur, vezellengte en geef dit samen met de herkomst van de wol duidelijk op de wolzak aan. Dat kan bijvoorbeeld met een krijtspray. Het is voor afnemers namelijk belangrijk om te weten wat de kwaliteit en herkomst van de wol is.
Verder lezen
Artikel in vakblad Het Schaap: in elf stappen naar optimale woolhandling: zo geef je wol waarde
2. Wol verwerken
Wat je op je bedrijf kunt doen om wol goed te laten verwerken.
Micronage
De diameter van de wolvezel, het micronage, bepaalt de mogelijke toepassing van de wol, en daarmee het verwerkingsproces. Fijne wol met een micronage van <28 micron is geschikt voor zachte stoffen die je op de huid kunt dragen. Medium fijne wol, ±26-32 micron, is geschikt voor het spinnen van garen voor stoffering, gordijnen, tapijten, etc. Grovere wol van boven de 32 micron is geschikt voor het maken van vilt, kussenvulling, akoestische panelen, dekbedden, isolatie, wades, mulchmatten, etc. In Nederland is het overgrote deel van de wol grover dan 32 micron.
Van scheren tot verkoop
De wolverwerking begint al bij het scheren. Er is een groot verschil tussen Nederland en Australië/Nieuw-Zeeland qua scheerproces en voorbereiding op de verkoop. In Nederland zijn de volgende verbeterpunten nodig:
Fijne kwaliteit wol moet anders worden geschoren en apart worden gesorteerd. Ook moet de wol beter gecategoriseerd worden op herkomst en kwaliteit, zodat de wol traceerbaar wordt. Op die manier kunnen vaste afnemers worden gekoppeld aan wolleveranciers, zoals Hollands Wol Collectief doet. Zij zamelen collectief wol in om lokale verwerking weer rendabel te maken.
Wassen
De vacht van een schaap bestaat uit wol en haar, maar ook voor gemiddeld 40% van het wolgewicht uit ‘ongewenste’ zaken, als wolvet (lanoline), vuil (zand en stof), zweetzouten, vegetatie (stro, hooi, takjes, heide) en overige vervuilingen zoals medicijnresten, stempelwas, huid en parasieten. Wassen is dus noodzakelijk voor verdere verwerking.
Bij het wassen wordt de wol door verschillende baden gehaald en uiteindelijk gedroogd. De meeste vervuilingen lossen op in het waswater of zakken naar de bodem en zijn daarom goed te verwijderen. Ruwe wol met zo min mogelijk vervuiling levert een goed wasrendement op bij de wasserij en is dus meer waard.
Vegetatie lost niet op en blijft hangen in de wol en is moeilijk uit de wol te wassen. Carboniseren (het chemisch verbranden van vegetatie) is een optie, maar duur en heeft een grotere milieu impact. Houd vegetatie daarom zo veel mogelijk uit de vacht tijdens de groei!
Wolproducenten letten altijd op de kwaliteit van de gewassen wol en beoordelen die op geur, vegetatie, lengte, crimp, kleur en of er korte vezels uit vallen.
Detail van een kaardmachine, onderdeel van het viltproces
Detail van een naaldviltmachine met duizende naalden
Vilten
De meeste Nederlandse wol is na het wassen geschikt voor vilt productie. Vilt is een nonwoven stof waarbij de vezels in verschillende richtingen in elkaar hechten, anders dan een geweven stof waarbij eerst een draad gemaakt wordt die in twee richtingen door elkaar gevlochten worden. Om een sterk vlies te maken kun je wol naaldvilten of natvilten. Bij het natvilten grijpen de wolvezels door wrijving en water in elkaar. Bij naaldvilten grijpen honderden naalden met inkepingen de vezels en verstrengelen ze in elkaar. Met naaldvilten kun je dikker en luchtiger vlies of matten maken, dan met natvilten. De wol moet om te vilten zo min mogelijk vegetatie bevatten en op kleur gesorteerd zijn om consistente en homogene kleuren vilt te produceren.
Duurzame productie
Van wol en van textiel in het algemeen kan van alles gemaakt worden. In de circulaire economie is het belangrijk dat materiaal lang in omloop is, en uiteindelijk kan composteren tot nieuwe grondstoffen. Drie regels zijn belangrijk om duurzaam te produceren.
Transparantie door de hele keten: gebruik/koop alleen materialen waarvan je weet waar ze vandaan komen en hoe ze zijn gemaakt. Goede keurmerken zijn GOTS en Öko-tex.
Gebruik geen ‘blends’: Let op combinatie van materialen, voorkom mix tussen plastics en natuurlijke materialen. Blends zijn namelijk niet te recyclen.
Design for disassembly: Zorg dat het product weer uit elkaar te halen is voor reparatie, hergebruik of recycling.
Als je meer wilt weten
-
De opbouw van de wolvezel bepaalt de eigenschappen van de vezel en daarmee ook de verwerkbaarheid. Wolvezels bestaan voor 97% uit langgerekte, spiraalvormige eiwitten, keratine genaamd. Door deze eiwiteigenschappen is wol elastisch, veerkrachtig en vormvast en zowel sterk als rekbaar: belangrijke eigenschappen bij het spinnen van garen. Keratine kan goed vocht en verfstoffen vasthouden: wol kan tot 40% van zijn gewicht aan water opnemen (adsorberen) zonder nat aan te voelen. De wolvezel heeft een beschermende laag van schubben. Dat maakt wol water- en vuilafstotend, geeft wol zijn goede vilteigenschappen en maakt het isolerend.
-
Om garen te maken moet je wol spinnen. De twee belangrijkste manieren van spinnen - woollen spinning en worsted spinning - geven verschillend resultaat. Bij woollen spinning kunnen de wolvezels korter zijn dan bij worsted spinning. Bij woollen spinning wordt een draad gemaakt van gekaarde vezels. Kaarden is het proces waarbij de wol wordt ontrafeld en evenwijdig wordt gelegd. Woollen garen is geschikt voor breigaren, tapijten, etc.
Bij worsted spinning krijgt je uiteindelijk kamgaren. Kamgaren is een gladde, fijne draad, gesponnen uit wolvezels, meestal met een lange vezels, die eerst parallel zijn gelegd door middel van kammen. Kamgaren is geschikt voor kleding en meubelstoffen. Met een lager micronage kun je dunnere draad spinnen. Micronage én lengte van vezel zijn bepalend wat er met de wol gemaakt kan worden. Variatie in de vezels maakt eenduidige toepassing lastiger: bij het oogsten van de wol voor een garen moet het micronage én de lengte in de juiste bandbreedte vallen.
-
Met garen kun je stoffen breien en weven. Industriele brei- en weefmachines hebben hoge doorloopsnelheden en er is weinig tolerantie voor kapotte draden. Dat stelt eisen aan de kwaliteit van het garen. Hoe minder variatie in de lengte en micronage van de wol, hoe homogener een draad en hoe beter de kwaliteit van garen en eindresultaat. Goed gesorteerde ruwe wol is daarom meer waard.
-
Een stof kan gekleurd en afgewerkt worden. Verven is het proces waarbij wol wordt gekleurd. Verven is mogelijk op verschillende momenten in het verwerkingsproces: als losse wolvezels, als garen, als stof, of als eindproduct zoals kledingstuk. Afwerkingsprocessen maken wollen stoffen geschikt voor eindgebruik. De gekozen afwerkingsprocessen zijn afhankelijk van het soort stof en het eindgebruik. Denk aan schuren, ruwen, scheren, etc.
Als de wol geverfd wordt, is de kleur van de ruwe wol ook heel belangrijk: hoe homogener de kleur, hoe egaler de geverfde wol.
Verder lezen
Het gratis online Woolmark Learning Centre deelt kennis over alle facetten van industriële wolverwerking (in het Engels).
3. Duurzaam wol produceren
Hoe wolproductie rendabel kan zijn
Wereldwijde wolproductie
Jaarlijks produceert een Nederlands schaap gemiddeld 2,5 tot 3 kg wol. Ter vergelijking, een wolmerino die gefokt is op een hoge wolproductie zelfs 3 tot 5 kg. Je kunt bij het fokken dus sturen op wolopbrengst in gewicht, zoals bij de Merino gedaan is.
In Australië en Nieuw Zeeland wordt heel veel (Merino)wol geproduceerd. Nadeel is dat daar de kuddes veel groter zijn en er over het algemeen minder aandacht is voor dierenwelzijn (er is geen verbod op mulesing en onverdoofd castreren). De schapenhouderij in Nederland bestaat daarentegen uit veel kleinere kuddes die ons natuur- en cultuurlandschap begrazen. Veelvoorkomende schapen zijn Texelaars in de weides en Kempische heideschapen op de heides.
Wolmerino
Texelaarschapen: typisch Nederlands vleesras
Kempische heideschapen: veelvoorkomend Nederlands heideras
Duurzaamheid
Het schaap is een dier dat zich uitstekend kan voeden en onderhouden op een rantsoen van uitsluitend gras, kruiden en klavers. Gedurende het grootste deel van het jaar volstaat dit natuurlijke dieet, zonder dat aanvullend krachtvoer nodig is. Daardoor vraagt de schapenhouderij slechts een minimale input van externe middelen – niet alleen qua voer, maar ook wat betreft kunstmestgebruik op de weiden. Tegelijkertijd levert het schaap waardevolle producten zoals wol en vlees. Het is bovendien het meest efficiënte landbouwhuisdier in het omzetten van gras in eetbaar eiwit. Zo kan een schapenbedrijf op relatief eenvoudige wijze een gesloten kringloop realiseren: het gras groeit dankzij zonlicht en regenwater, en het schaap zet dit om in hoogwaardige voedings- en vezelproducten.
Bij duurzaamheid kijk je naar het beheer van het land, duurzame voeding, gezondheid en welzijn. Een goed voorbeeld van duurzame voeding is lokaal geproduceerd ruwvoer (geen soya van buiten landsgrenzen), geteeld zonder (kunst)mest om de stikstofkringloop in balans te houden en met bevordering van biodiversiteit.
Als je meer wilt weten
-
Omdat de wolvezel bestaat uit eiwit, is eiwit in het voer (ruw en/of kracht) belangrijk voor de wolproductie. Rijkere voeding (meer eiwitten) bevorderen grotere haarzakjes in de huid van het schaap, waardoor de diameter van de wolvezel toeneemt. Drukbegrazing, waarbij schapen meer hun best moeten doen voor voldoende voeding, kan zachtere wol opleveren. Dit heeft ook weer nadelen, denk aan wormen.
Er bestaat een trade-off tussen wolkwaliteit en -kwantiteit. Een kleinere diameter van de wol (lager micronage) gaat vaak gepaard met lagere groei van diezelfde vezel. Eiwitten, en vooral de juiste eiwitbronnen, zijn belangrijk voor de wolproductie. Kortom, door goed te weten wat je schapen binnen krijgen, kun je sturen op wolproductie.
Als je op wolproductie wilt sturen, is het type eiwit belangrijk. De netto efficiëntie van eiwit voor wolgroei is ±20%. Dat is niet zo efficiënt als bijvoorbeeld de efficiëntie voor gewichtstoename, namelijk 59%. Eiwitten bestaan uit aminozuren. Er bestaan 20 verschillende aminozuren. Het aminozuur cysteïne (Cys) is een cruciale bouwsteen voor het maken van wol. Cysteïne wordt in de huid en haarzakjes van het schaap gemaakt van weer een ander aminozuur, methionine (Met). Methionine kan niet door het schaap zelf worden aangemaakt en moet dus via het voer binnenkomen. Histamine is nog zo’n belangrijk aminozuur dat schapen niet zelf aanmaken. Dit is ook de reden dat de wolgroei tijdens de zoogperiode van een ooi vaak minder is. Het aminozuur methionine is namelijk ook belangrijk voor de melkproductie van een ooi. Dat is logisch, want de prioriteit van het moederdier is de zorg voor haar lammeren. Voor een goede wolproductie en gezonde wolvezel is het daarom van belang om ervoor te zorgen dat er voldoende aandacht is voor deze zogeheten essentiële aminozuren, die het schaap niet zelf kan aanmaken. Op die manier kan naast een optimale melkproductie ook een goede wolgroei blijven plaatsvinden.
-
Voor zowel cysteïne als methionine is het atoom zwavel (S) nodig. Maar hoe krijg je voldoende zwavel in het ruwvoer? Van 1910 tot 2010 zaten zwavelverbindingen voldoende in het gras, omdat er via ‘zure regen’ veel zwavel op het gewas terechtkwam. Nu is zwaveluitstoot (gelukkig!) teruggedrongen. Zwavel zit nog voldoende in de grond, maar komt pas tegen de zomer beschikbaar, gelijktijdig met actief bodemleven. Voor de eerste en eventueel tweede snede gras is zwavelbemesting dus iets om over na te denken. Zwavelbemesting verhoogt de kwaliteit van het eiwit dat nodig is voor wolproductie. Dit kan bijvoorbeeld met Granugips, Kieseriet of Patentkali. Deze stoffen mogen ook bij biologische veehouderij gebruikt worden.
Je kunt je eigen kuil laten analyseren op de aanwezigheid van methionine. Iedere 1,38 gram methionine zorgt voor 1 gram wolgroei per dag. Ook zitten er verschillen in het methionegehaltes in grondstoffen voor krachtvoer. Zo zit er meer methione in in raapzaadschroot dan bijvoorbeeld in lupinezaad. Je kunt je krachtvoer leverancier vragen naar het methionine gehalte. Ook als je niet op eigen grond begraast, kun je letten en sturen op type voer, bijvoorbeeld welke kudde je op groenbemesters zet indien je die keus hebt.
Verder lezen
Bepaal zelf de duurzaamheidsscore van je schapenbedrijf met het Kringlooplabel van NSFO
Artikel in vakblad Het Schaap: Wol als graadmeter voor gezondheid schaap; 10 afwijkingen
4. Wol vermarkten
Hoe wolproductie rendabel kan zijn
De beste manier om meer geld te verdienen aan schapenwol, is door de wolkwaliteit te verbeteren. De afgelopen jaren is door verschillende mensen gewerkt aan het verbeteren van de wolkwaliteit en de afzet van Nederlandse wol.
Wolprijs
Voor de schapenhouder zijn er een aantal factoren belangrijk om rendabel schapen te houden. Voor de wolopbrengst geldt een goed gewicht per vacht (wol wordt per kg afgerekend) en een goede prijs per kilo wol. Daarnaast worden schapen vaak gehouden voor begrazing, vlees of melk en dus zijn ook de fitheid van het schaap voor begrazing, karkasgewicht en melkopbrengst belangrijke factoren in een duurzaam verdienmodel.
Als de wol goed geoogst en traceerbaar is, wordt de prijs per kilo wol voornamelijk bepaald door het micronage van de wol. Hoe lager de diameter van de wol, hoe zachter de wol en hoe hoger de prijs. Met fijne wol kunnen namelijk zachte truien, maatpakken, babykleding, etc worden gemaakt. Voor de allerzachtste wol met een micronage <18 wordt zelfs €10 per kilo betaald. Veel Nederlandse wol heeft een vezeldiameter >30 micron, wat de waarde van €0 - €1 verklaard. Gelukkig bestaat er in Nederlandse kuddes veel variatie in vezeldiameter per schaap en is het daarom goed mogelijk om te fokken op wolkwaliteit.
Micronage meten
Om het micronage te bepalen kun je wol laten meten. Daarbij wordt een staple (plukje wol) geanalyseerd en wordt er een gemiddelde dikte van de wol berekend. Het verschil in diameter is daarbij net zo belangrijk als de gemiddelde diameter: een vacht met consistent fijne wol is meer waard dan een vacht die zowel heel zachte als heel grove wol bevat. Als belangrijkste waarde wordt de comfort factor aangehouden. Die geeft het percentage vezels dat een lagere diameter dan 30 micron heeft. Hoe hoger dit percentage hoe beter de comfort factor.
Als je meer wilt weten
-
Janny en Jean-Paul hebben een wolboerderij in Nederland die zich volledig richt op het Merinoschaap en de productie van hoogwaardige Nederlandse merinowol (DutchMerino) als hoofdproduct. Zij selecteren voor superfijne merinowol (vezeldikte circa 16–21 micron) en sterke, dubbeldoel dieren. Bij het fokken selecteren ze op soft rolling skin. Merino’s kunnen namelijk een harde huid hebben, waarbij de harde plooien lastig schoon en gezond blijven. Met een zachte huid kan het dier beter tegen het Nederlandse klimaat en blijft het gezonder. Ze benoemt het belang van samenwerken om wol rendabel te maken: trek samen op en sluit je aan bij grotere schapenhouders om samen de merinowol af te zetten.
-
Sjraar van Beek is ecoloog en beheerder van de schaapskudde de Wassum waarbij hij twee grote gebieden beheert met zijn kuddes Kempische Heideschapen.
De afgelopen 8 jaar heeft Sjraar gewerkt aan het verbeteren van de wolkwaliteit. Daarbij heeft hij verschillende dingen uitgeprobeerd om inzicht te krijgen in zijn kudde en tegelijkertijd economisch een verdienmodel te creëren met zijn wol. Hij fokt op wolkwaliteit door alleen rammen met heel zachte wol in te zetten en de ooien op wolkwaliteit te selecteren.
-
The Knitwit Stable is een kennisinstituut en minifabriek dat zich inzet om Nederlandse wol te herwaarderen als een duurzame grondstof, door een volledige bio-circulaire keten op te zetten: van het diervriendelijk houden van eigen Merinoschapen, het verzamelen en sorteren van de wol, tot het produceren van eigen garens en kleding. Reina Ovinge deelt haar kennis via workshops en masterclasses voor de mode-industrie en consumenten.
Verder lezen
Art of Fibre doet wolanalyses en geeft fokadvies
5. Op wol fokken
Verbetering van de kwaliteit van wol via fokkerij
Fokken op zachte wol
Voor zachte wol wordt meer betaald. Zachte wol heeft een vezeldiameter van minder dan 30 micron (0,003 mm). Gelukkig is de woldiameter goed overerfbaar (zo’n 60%). Daar kun je dus op fokken en dat betekent dat je in weinig generaties je eindresultaat bereikt. Om op een bepaald resultaat te kunnen fokken, is het belangrijk dat er variatie binnen een ras aanwezig is. Gelukkig blijkt uit onderzoek van Hollands Wol Collectief uit 2023 dat er in Nederland bij vrijwel alle Nederlandse rassen een grote variatie te vinden is. Wolmerino’s zijn gefokt op hun zachte wol. In de tabel hieronder zie je het verschil in micronage tussen Merino’s en Texelaars duidelijk terug.
Onderzoek van de NSFO (2025) waaruit blijkt dat wolmerino’s gemiddeld 99% fijne wol of zachter hebben, en Texelaars gemiddeld 1% fijne wol. Flevolanders zitten daar mooi tussenin met 46%.
Fokdoelen
Iedere schapenhouder fokt op bepaalde kwaliteit, want je kiest zelf de rammen uit. En een goede ram heeft meer invloed op je kudde dan alle ooien afzonderlijk. Het fokken op wolkwaliteit zal nooit je enige selectiecriteria zijn. Andere dingen om op te letten zijn: karakter en beenwerk voor begrazing, bevlezing voor vleesopbrengst, inteelt en gezondheid. Deze criteria hebben vaak een negatieve correlatie met wolkwaliteit: meer vlees betekent grovere wol. De basis moet altijd zijn: een gezond dier voor de juiste omstandigheden.
Let wel op als je op de zachtheid van wol wilt fokken. Bij sommige individuele dieren blijft de vezeldiameter stabiel gedurende hun leven, maar bij andere verslechtert de vezeldiameter na een aantal jaar. Als het daarbij om een ram gaat, heeft dat veel invloed op je fokdoel.
Lamswol is van nature fijner en zachter. Maar de kwaliteit van lamswol zegt nog niets over de wolkwaliteit van de ooi: bij lammeren wordt de diameter teveel bepaald door de voeding van de moeder. Om op wolkwaliteit te fokken, moet je dus de tweede schering wol analyseren. Aanvullend kun je kemp goed uit je kudde fokken. Kemp is een soort donker haar dat vooral bij heideschapen tussen de wol kan groeien en dat de kwaliteit van de wol verslechtert.
Risico’s
Voor een ras is het belangrijk om de genetische diversiteit hoog te houden om twee redenen:
Als de omstandigheden veranderen, kan het zijn dat andere genen geschikter blijken. Denk aan een bepaalde ziekteresistentie. Als die genen uit een ras zijn gefokt, kan zo’n ras helemaal verdwijnen. Je kunt snel door veranderende omstandigheden genen kwijtraken, denk aan MKZ of Blauwtong. Daarnaast betekent minder genetische diversiteit meer inteelt waarbij de dieren minder gezond zijn, korter leven en zich minder goed kunnen voortplanten. (Belang van genetische diversiteit: je ziet de laatste jaren sterk het verlies van biodiversiteit en dus genetische diversiteit. Het CGN slaat genetisch materiaal op, wat kan worden ingezet in fokprogramma’s van zeldzame rassen of verloren genen herintroduceren.)
Om inteelt te voorkomen kun je zorgen voor andere mannelijke dieren om inteeltproblemen in de toekomst te voorkomen. Idealiter gebruik je het vaderdier voor maar één generatie. Daarnaast kun je het aantal nakomelingen per vaderdier in de hele populatie beperken als je je fokbeleid afstemt met collega’s.
Kortom, je kunt met fokken op wolproductie sturen. En genetische diversiteit blijft belangrijk om inteelt te voorkomen.
Als je meer wilt weten
-
Je kunt fokken op fenotype en genotype. Als je kijkt naar fenotype selecteer je de dieren die het beste presteren op uiterlijke kenmerken, bijvoorbeeld dieren die zichtbaar het best presteren onder (sobere) omstandigheden, risico op myiasis of op het oog mooie wol hebben. Dit werkt het beste voor kenmerken met een hoge erfelijkheidsgraad. Bij fokken op genotype selecteer je op wat in de genen vastligt en kan worden gemeten. Selectie op genotype doe je op basis van fokwaarden, waarbij het genetisch potentieel voor een bepaald kenmerk wordt bepaald. Fokken op genotype houdt rekening met prestaties van verwante dieren, jaareffect, bedrijfseffect en andere correctiefactoren. Daarbij moet je veel data nauwkeurig vastleggen en heb je veel gegevens van ouderdieren nodig. Voor ieder ras bepalen fokkers zelf hun fokdoelen, maar wol heeft de laatste decennia vaak weinig aandacht gekregen. In Australië en Nieuw Zeeland bestaan ook fokwaarden voor wol, in Nederland nog niet.
-
Tijd is ook een belangrijke factor: het duurt wel even voordat nieuwe genen in je hele kudde of koppel zitten en je moet volhouden aan je plan om resultaat te boeken (onderbouwd bijsturen mag natuurlijk wel). Met de goed overerfbare vezeldiameter heb je zo’n 10 jaar nodig om een hele kudde ooien van gemiddeld 29 micron naar gemiddeld 24 te krijgen. Een deel van de ooien behaalt dat resultaat natuurlijk al eerder.
-
Standaard maatregelen om inteelt tegen te gaan:
Denk aan de lange termijn. Bij inteelt is het belangrijk om te weten hoe je inteelt gaat verlopen in de komende jaren en of die snel zal stijgen, zodat je op tijd kunt ingrijpen. Lang met dezelfde ram dekken leidt op de lange termijn gegarandeerd tot problemen.
Een dekbeperking is een veelvoorkomende maatregel, bijvoorbeeld door jaarlijks of per levensduur een maximum aantal dekkingen bij een fokdier vast te zetten, of het aantal zonen per ram vast te zetten.
Een fokcirkel/rammencirkel is ook een beproefde manier. Die wordt bijvoorbeeld met succes bij het Veluws heideschaap toegepast. Daarbij wisselen de mannelijke dieren in een vaste volgorde van groep.
Als laatste redmiddel kun je dieren uit een ander ras gebruiken (outcross). Dit effect is direct, maar altijd tijdelijk.
Verder lezen
Antwoorden over fokprogramma's, inteelt, of (beleids)advisering bij Centrum voor Genetische Bronnen Nederland
Colofon
De informatie op deze pagina is tot stand gekomen middels SABE project Wol met Waarde, mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van RVO en de Europese Unie. Hierin hebben studiegroepen door de hele keten heen bedrijven bezocht: van schapenbedrijven tot aan wolverwerkers. We bedanken alle sprekers die hun kennis en kunde hebben gedeeld.