Basiskennis over wolproductie - leestijd 14-18 min

Wol met Waarde

De kwaliteit, en dus de prijs, van wol wordt al vroeg in de keten bepaald: bij de schapenhouder. Daarom is het als schapenhouder belangrijk om te weten hoe je op duurzame wijze wol kunt produceren en wat voor afnemers van belang is. 

Het project ‘Wol met Waarde’ is opgezet de NSFO en Hollands Wol Collectief om kennis op te doen en te delen over de kwaliteit van de wol door de gehele keten: vanaf de wolproductie in de wei of natuurgebied tot en met de verwerkende industrie. Het project is een SABE project (samen leren in een project over duurzame dierlijke marktconcepten) en mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Europese Unie.

Op deze pagina is in vijf thema’s de basis samengevat voor schapenhouders die hun wol beter willen vermarkten. Onderaan ieder thema kun je doorklikken als je meer wilt weten. Ieder thema wordt afgesloten met leestips voor wie verder wil lezen.

1. Wol oogsten

Scheren, sorteren en opslaan

Er zijn verschillende stappen om de wolkwaliteit goed te houden tijdens het oogsten. Dit zijn basisactiviteiten die bij elke scheerbeurt belangrijk zijn.

Voorbereiden

Houd je schapen schoon, het hele jaar door. Voer hooi laag bij de grond en niet in hoge ruiven, en gebruik geen stro of houtsnippers kort voor het scheren. Het is namelijk heel lastig om hooi en stro uit de wol te wassen. 

Houd bij welke diergeneesmiddelen je op/in de vacht gebruikt. Sommige residuen van medicijnen kunnen lang aan de vacht gebonden blijven. Tijdens het wasproces van de wol komt dit dan vrij in het spoelwater, wat zorgt voor een extra milieubelasting. 

Kies het moment waarop je gaat scheren. Koude schapen scheren slecht, omdat de lanoline in de vacht dan hard is. Als je ervoor kiest om in de winter te scheren, zet de schapen dan een dag van tevoren binnen. Ook moeten lammeren minstens 10 weken oud zijn voor je de moeders gaat scheren, anders komt het scheerapparaat niet door de wol heen en krijg je slechte kwaliteit. Dit heeft te maken met de energie die naar de melkproductie gaat. 

Scheren

Scheerders scheren met de hand of met een machine. Handscheerders gebruiken geen stroom, de schapen ervaren een minder grote temperatuur shock omdat er minder dicht op de huid geschoren wordt en het snijvlak blijft schoner. Machinescheerders werken sneller en het eindresultaat op het schaap is egaler. Van een scheerder wordt verwacht dat hij/zij gelijkmatig scheert, geen plukken wol onder de poten en kin laat zitten en geen wondjes veroorzaakt.

Machinescheren

Handscheren

Scheer altijd op een schone ondergrond en nooit in het stro. Een oud tapijt is ideaal, maar hout of bouwzeil werkt ook. Houd de ondergrond tijdens het scheren schoon: veeg als je een aantal schapen hebt geschoren en verwijder losse plukjes wol en wol met veel mest. 

Scheren op een schone ondergrond

Voorkom second cuts, dat wil zeggen dubbel scheren. Hierbij wordt de wol niet in één keer tot op de huid afgeschoren, maar in twee keer. Je hebt dan te korte vezels en dat beperkt het verwerken van de wol. 

Sorteren

Het sorteren van de wol doe je per toepassing. Doe sowieso een minimale sortering en houd witte wol en bonte wol apart. Vervuilde of vervilte vachten moeten apart worden gehouden: die worden niet gewassen maar kunnen wel voor bemesting worden gebruikt. Zo krijgt alle wol een toepassing.

Mooie, schone witte wol

Afgekeurd: te veel stro

Afgekeurd: vervuild

Wolzakken

Gebruik de speciale wolzakken, geen bigbags. Om de wol goed aan te stampen raden we aan om een wolrek te gebruiken. Daar hang je de zak in. Zo past er tot wel 100 kg in één wolzak. Gebruik nooit plastic zakken. Wol is licht vochtig en kan gaan schimmelen als het niet kan ademen.

Bewaren

Bewaar de wol droog en ongedierte vrij, bijvoorbeeld van de grond op pallets.

Wolzak in rek

Volle wolzakken van 50 en 75 kilo (resp.)

Opslag wolzakken op rekken

Als je meer wilt weten

Als je wol wilt aanleveren voor het maken van garen, moet je extra stappen maken. Zo zijn er verschillende aandachtspunten bij het scheren. De vacht moet na het scheren worden geskirt, dat wil zeggen ontdaan van alles wat niet in de vacht hoort. 

Verder lezen

Artikel in vakblad Het Schaap: in elf stappen naar optimale woolhandling: zo geef je wol waarde

2. Wol verwerken

Wat je op je bedrijf kunt doen om wol goed te laten verwerken. 

Micronage

De diameter van de wolvezel, het micronage, bepaalt de mogelijke toepassing van de wol, en daarmee het verwerkingsproces. Fijne wol met een micronage van <28 micron is geschikt voor zachte stoffen die je op de huid kunt dragen. Medium fijne wol, ±26-32 micron, is geschikt voor het spinnen van garen voor stoffering, gordijnen, tapijten, etc. Grovere wol van boven de 32 micron is geschikt voor het maken van vilt, kussenvulling, akoestische panelen, dekbedden, isolatie, wades, mulchmatten, etc. In Nederland is het overgrote deel van de wol grover dan 32 micron. 

Van scheren tot verkoop

De wolverwerking begint al bij het scheren. Er is een groot verschil tussen Nederland en Australië/Nieuw-Zeeland qua scheerproces en voorbereiding op de verkoop. In Nederland zijn de volgende verbeterpunten nodig: 

Fijne kwaliteit wol moet anders worden geschoren en apart worden gesorteerd. Ook moet de wol beter gecategoriseerd worden op herkomst en kwaliteit, zodat de wol traceerbaar wordt. Op die manier kunnen vaste afnemers worden gekoppeld aan wolleveranciers, zoals Hollands Wol Collectief doet. Zij zamelen collectief wol in om lokale verwerking weer rendabel te maken.

Wassen

De vacht van een schaap bestaat uit wol en haar, maar ook voor gemiddeld 40% van het wolgewicht uit ‘ongewenste’ zaken, als wolvet (lanoline), vuil (zand en stof), zweetzouten, vegetatie (stro, hooi, takjes, heide) en overige vervuilingen zoals medicijnresten, stempelwas, huid en parasieten. Wassen is dus noodzakelijk voor verdere verwerking. 

Bij het wassen wordt de wol door verschillende baden gehaald en uiteindelijk gedroogd. De meeste vervuilingen lossen op in het waswater of zakken naar de bodem en zijn daarom goed te verwijderen. Ruwe wol met zo min mogelijk vervuiling levert een goed wasrendement op bij de wasserij en is dus meer waard. 

Vegetatie lost niet op en blijft hangen in de wol en is moeilijk uit de wol te wassen. Carboniseren (het chemisch verbranden van vegetatie) is een optie, maar duur en heeft een grotere milieu impact. Houd vegetatie daarom zo veel mogelijk uit de vacht tijdens de groei! 

Wolproducenten letten altijd op de kwaliteit van de gewassen wol en beoordelen die op geur, vegetatie, lengte, crimp, kleur en of er korte vezels uit vallen.

Detail van een kaardmachine, onderdeel van het viltproces

Detail van een naaldviltmachine met duizende naalden

Vilten 

De meeste Nederlandse wol is na het wassen geschikt voor vilt productie. Vilt is een nonwoven stof waarbij de vezels in verschillende richtingen in elkaar hechten, anders dan een geweven stof waarbij eerst een draad gemaakt wordt die in twee richtingen door elkaar gevlochten worden. Om een sterk vlies te maken kun je wol naaldvilten of natvilten. Bij het natvilten grijpen de wolvezels door wrijving en water in elkaar. Bij naaldvilten grijpen honderden naalden met inkepingen de vezels en verstrengelen ze in elkaar. Met naaldvilten kun je dikker en luchtiger vlies of matten maken, dan met natvilten. De wol moet om te vilten zo min mogelijk vegetatie bevatten en op kleur gesorteerd zijn om consistente en homogene kleuren vilt te produceren.

Duurzame productie

Van wol en van textiel in het algemeen kan van alles gemaakt worden. In de circulaire economie is het belangrijk dat materiaal lang in omloop is, en uiteindelijk kan composteren tot nieuwe grondstoffen. Drie regels zijn belangrijk om duurzaam te produceren.

  1. Transparantie door de hele keten: gebruik/koop alleen materialen waarvan je weet waar ze vandaan komen en hoe ze zijn gemaakt. Goede keurmerken zijn GOTS en Öko-tex. 

  2. Gebruik geen ‘blends’: Let op combinatie van materialen, voorkom mix tussen plastics en natuurlijke materialen. Blends zijn namelijk niet te recyclen. 

  3. Design for disassembly: Zorg dat het product weer uit elkaar te halen is voor reparatie, hergebruik of recycling.

Als je meer wilt weten

Verder lezen

Het gratis online Woolmark Learning Centre deelt kennis over alle facetten van industriële wolverwerking (in het Engels).

3. Duurzaam wol produceren

Hoe wolproductie rendabel kan zijn

Wereldwijde wolproductie

Jaarlijks produceert een Nederlands schaap gemiddeld 2,5 tot 3 kg wol. Ter vergelijking, een wolmerino die gefokt is op een hoge wolproductie zelfs 3 tot 5 kg. Je kunt bij het fokken dus sturen op wolopbrengst in gewicht, zoals bij de Merino gedaan is. 

In Australië en Nieuw Zeeland wordt heel veel (Merino)wol geproduceerd. Nadeel is dat daar de kuddes veel groter zijn en er over het algemeen minder aandacht is voor dierenwelzijn (er is geen verbod op mulesing en onverdoofd castreren). De schapenhouderij in Nederland bestaat daarentegen uit veel kleinere kuddes die ons natuur- en cultuurlandschap begrazen. Veelvoorkomende schapen zijn Texelaars in de weides en Kempische heideschapen op de heides.

Wolmerino

Texelaarschapen: typisch Nederlands vleesras

Kempische heideschapen: veelvoorkomend Nederlands heideras

Duurzaamheid

Het schaap is een dier dat zich uitstekend kan voeden en onderhouden op een rantsoen van uitsluitend gras, kruiden en klavers. Gedurende het grootste deel van het jaar volstaat dit natuurlijke dieet, zonder dat aanvullend krachtvoer nodig is. Daardoor vraagt de schapenhouderij slechts een minimale input van externe middelen – niet alleen qua voer, maar ook wat betreft kunstmestgebruik op de weiden. Tegelijkertijd levert het schaap waardevolle producten zoals wol en vlees. Het is bovendien het meest efficiënte landbouwhuisdier in het omzetten van gras in eetbaar eiwit. Zo kan een schapenbedrijf op relatief eenvoudige wijze een gesloten kringloop realiseren: het gras groeit dankzij zonlicht en regenwater, en het schaap zet dit om in hoogwaardige voedings- en vezelproducten.

Bij duurzaamheid kijk je naar het beheer van het land, duurzame voeding, gezondheid en welzijn. Een goed voorbeeld van duurzame voeding is lokaal geproduceerd ruwvoer (geen soya van buiten landsgrenzen), geteeld zonder (kunst)mest om de stikstofkringloop in balans te houden en met bevordering van biodiversiteit. 

Als je meer wilt weten

Verder lezen

Bepaal zelf de duurzaamheidsscore van je schapenbedrijf met het Kringlooplabel van NSFO

Artikel in vakblad Het Schaap: Wol als graadmeter voor gezondheid schaap; 10 afwijkingen

4. Wol vermarkten

Hoe wolproductie rendabel kan zijn

De beste manier om meer geld te verdienen aan schapenwol, is door de wolkwaliteit te verbeteren. De afgelopen jaren is door verschillende mensen gewerkt aan het verbeteren van de wolkwaliteit en de afzet van Nederlandse wol. 

Wolprijs

Voor de schapenhouder zijn er een aantal factoren belangrijk om rendabel schapen te houden. Voor de wolopbrengst geldt een goed gewicht per vacht (wol wordt per kg afgerekend) en een goede prijs per kilo wol. Daarnaast worden schapen vaak gehouden voor begrazing, vlees of melk en dus zijn ook de fitheid van het schaap voor begrazing, karkasgewicht en melkopbrengst belangrijke factoren in een duurzaam verdienmodel. 

Als de wol goed geoogst en traceerbaar is, wordt de prijs per kilo wol voornamelijk bepaald door het micronage van de wol. Hoe lager de diameter van de wol, hoe zachter de wol en hoe hoger de prijs. Met fijne wol kunnen namelijk zachte truien, maatpakken, babykleding, etc worden gemaakt. Voor de allerzachtste wol met een micronage <18 wordt zelfs €10 per kilo betaald. Veel Nederlandse wol heeft een vezeldiameter >30 micron, wat de waarde van €0 - €1 verklaard. Gelukkig bestaat er in Nederlandse kuddes veel variatie in vezeldiameter per schaap en is het daarom goed mogelijk om te fokken op wolkwaliteit.

Micronage meten

Om het micronage te bepalen kun je wol laten meten. Daarbij wordt een staple (plukje wol) geanalyseerd en wordt er een gemiddelde dikte van de wol berekend. Het verschil in diameter is daarbij net zo belangrijk als de gemiddelde diameter: een vacht met consistent fijne wol is meer waard dan een vacht die zowel heel zachte als heel grove wol bevat. Als belangrijkste waarde wordt de comfort factor aangehouden. Die geeft het percentage vezels dat een lagere diameter dan 30 micron heeft. Hoe hoger dit percentage hoe beter de comfort factor.

Als je meer wilt weten

Verder lezen

Art of Fibre doet wolanalyses en geeft fokadvies

5. Op wol fokken

Verbetering van de kwaliteit van wol via fokkerij

Fokken op zachte wol

Voor zachte wol wordt meer betaald. Zachte wol heeft een vezeldiameter van minder dan 30 micron (0,003 mm). Gelukkig is de woldiameter goed overerfbaar (zo’n 60%). Daar kun je dus op fokken en dat betekent dat je in weinig generaties je eindresultaat bereikt. Om op een bepaald resultaat te kunnen fokken, is het belangrijk dat er variatie binnen een ras aanwezig is. Gelukkig blijkt uit onderzoek van Hollands Wol Collectief uit 2023 dat er in Nederland bij vrijwel alle Nederlandse rassen een grote variatie te vinden is. Wolmerino’s zijn gefokt op hun zachte wol. In de tabel hieronder zie je het verschil in micronage tussen Merino’s en Texelaars duidelijk terug. 

Onderzoek van de NSFO (2025) waaruit blijkt dat wolmerino’s gemiddeld 99% fijne wol of zachter hebben, en Texelaars gemiddeld 1% fijne wol. Flevolanders zitten daar mooi tussenin met 46%.

Fokdoelen

Iedere schapenhouder fokt op bepaalde kwaliteit, want je kiest zelf de rammen uit. En een goede ram heeft meer invloed op je kudde dan alle ooien afzonderlijk. Het fokken op wolkwaliteit zal nooit je enige selectiecriteria zijn. Andere dingen om op te letten zijn: karakter en beenwerk voor begrazing, bevlezing voor vleesopbrengst, inteelt en gezondheid. Deze criteria hebben vaak een negatieve correlatie met wolkwaliteit: meer vlees betekent grovere wol. De basis moet altijd zijn: een gezond dier voor de juiste omstandigheden. 

Let wel op als je op de zachtheid van wol wilt fokken. Bij sommige individuele dieren blijft de vezeldiameter stabiel gedurende hun leven, maar bij andere verslechtert de vezeldiameter na een aantal jaar. Als het daarbij om een ram gaat, heeft dat veel invloed op je fokdoel. 

Lamswol is van nature fijner en zachter. Maar de kwaliteit van lamswol zegt nog niets over de wolkwaliteit van de ooi: bij lammeren wordt de diameter teveel bepaald door de voeding van de moeder. Om op wolkwaliteit te fokken, moet je dus de tweede schering wol analyseren. Aanvullend kun je kemp goed uit je kudde fokken. Kemp is een soort donker haar dat vooral bij heideschapen tussen de wol kan groeien en dat de kwaliteit van de wol verslechtert.

Risico’s

Voor een ras is het belangrijk om de genetische diversiteit hoog te houden om twee redenen: 

Als de omstandigheden veranderen, kan het zijn dat andere genen geschikter blijken. Denk aan een bepaalde ziekteresistentie. Als die genen uit een ras zijn gefokt, kan zo’n ras helemaal verdwijnen. Je kunt snel door veranderende omstandigheden genen kwijtraken, denk aan MKZ of Blauwtong. Daarnaast betekent minder genetische diversiteit meer inteelt waarbij de dieren minder gezond zijn, korter leven en zich minder goed kunnen voortplanten. (Belang van genetische diversiteit: je ziet de laatste jaren sterk het verlies van biodiversiteit en dus genetische diversiteit. Het CGN slaat genetisch materiaal op, wat kan worden ingezet in fokprogramma’s van zeldzame rassen of verloren genen herintroduceren.)

Om inteelt te voorkomen kun je zorgen voor andere mannelijke dieren om inteeltproblemen in de toekomst te voorkomen. Idealiter gebruik je het vaderdier voor maar één generatie. Daarnaast kun je het aantal nakomelingen per vaderdier in de hele populatie beperken als je je fokbeleid afstemt met collega’s. 

Kortom, je kunt met fokken op wolproductie sturen. En genetische diversiteit blijft belangrijk om inteelt te voorkomen.

Als je meer wilt weten

Verder lezen

Antwoorden over fokprogramma's, inteelt, of (beleids)advisering bij Centrum voor Genetische Bronnen Nederland

Colofon

De informatie op deze pagina is tot stand gekomen middels SABE project Wol met Waarde, mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van RVO en de Europese Unie. Hierin hebben studiegroepen door de hele keten heen bedrijven bezocht: van schapenbedrijven tot aan wolverwerkers. We bedanken alle sprekers die hun kennis en kunde hebben gedeeld.